Artrose komt vaak in de lage rug voor. Wanneer de gewrichtsslijtage op deze plek optreedt, raken de onderste tussenwervelschijven beschadigd.
Deze schijven “verslijten” niet enkel, ze verliezen ook aan hoogte en worden bijgevolg dunner.
Door dit proces ervaart de patiënt een verlaagde flexibiliteit ter hoogte van de ruggengraat, waardoor zijn rug stijver wordt. Deze gewrichtsstijfheid veroorzaakt in de meeste gevallen ook pijn in de lage rugstreek. Wanneer daarenboven een zenuwirritatie ontstaat, kan de patiënt ook pijn en tintelingen in de benen ervaren.
Om deze lage rugpijn zoveel mogelijk te beperken, is beweging van de wervelkolom van het allergrootste belang. Toch is het belangrijk nooit zonder medische begeleiding aan de slag te gaan. Zo kunnen, afhankelijk van de aard en de juiste locatie van de artrose, bepaalde bewegingen soms meer kwaad dan goed doen.
Tot slot vermelden we dat artrose aan de rug, in tegenstelling tot nekartrose, pas later optreedt, vanaf 40 à 50 jaar.

NL 



